Begin dit jaar startte het Lummense FrieslandCampina zijn gloednieuwe ijswaterinstallatie op. Een investering van maar liefst 10.3 miljoen euro die niet op zichzelf staat, maar wel in een driefasig plan kadert dat de site straks volledig vrij moet maken van fossiele brandstof. Naast het directe effect op het klimaat, betekent de installatie bovendien een enorme stap vooruit wat betreft energie-efficiëntie. Zo wordt in vergelijking met de bestaande infrastructuur tot wel 50% minder elektriciteit verbruikt, en dalen de energiekosten toch met 12%.
De officiële inhuldiging van de nieuwe ijswaterinstallatie werd op 27 februari feestelijk gekaderd in een mooi event waarop, naast personeel, minister Jo Brouns, burgemeester Luc Wouters en – uiteraard – de vakpers, ook de lokale buren waren uitgenodigd. Een alom interessant event, met als hoogtepunten de mooie duiding en toespraken van onder meer Plant Manager Ricardo van Wijk: we onthouden hier als belangrijke speerpunten vooral het belang van de investering voor de klimaatdoelstellingen van 2030, de verdere verduurzaming en het aansterken van de competitiviteit van FrieslandCampina.


“De bestaande ijswaterinstallatie was inmiddels 30 jaar oud en had echt haar beste tijd gehad”, zo legt van Wijk uit. “Met enerzijds een cliënteel dat steeds hogere eisen stelde, en anderzijds een productieapparaat dat om steeds meer capaciteit vroeg, drong deze investering zich onherroepelijk op.” Uiteindelijk werd besloten de nieuwe installatie mee te nemen in een driefasig plan dat de site tegen 2030 vrijmaakt van fossiele brandstof. En met een gemiddeld energieverbruik, equivalent aan dat van ongeveer 6.000 gezinnen, bood zich alvast een mooi besparingspotentieel aan. Uiteindelijk wist Campina met de nieuwe ijswaterinstallatie maar liefst 12 % aan energie te besparen.

De boeiende rondleiding doorheen de nieuwe ijswaterinstallatie, mét technische uitleg van Projectleider Fons Hoekx, accentueerde de moderne technologie en engineering die het project toch wel kenmerken. Hierbij zijn alle klassieke componenten van een standaardkoelinstallatie meteen herkenbaar, al is deze wel heel fors gedimensioneerd: Een batterij ammoniakcompressoren leveren een gecombineerd koelvermogen van 4,5 MW van ammoniak in gasfase aan 105 °C en op 8 bar aan de condensors, die zich op het dak van het nieuwe gebouw bevinden. Deze brengen de ammoniak naar vloeibare fase en voeden er de verdamper mee, die het ‘warme’ retourwater van 6 à 7 °C vanuit de productie koelt tot ijswater van 1,5 à 2 °C. Met dezelfde installatie wordt ook de koeling van het magazijn verzorgd, al wordt het ammoniakcircuit echter volledig binnen dit nieuwe gebouw gehouden. De koeling van het magazijn gebeurt immers met tot -8 °C gekoeld CO2, dat via een gescheiden warmtewisselaar de koude aan het ammoniak onttrekt.


De totale rondpompcapaciteit aan ijswater van deze installatie bedraagt maar liefst 650 m³ per uur. Ze haalt bovendien een COP-waarde van meer dan 6, wat concreet betekent dat elke kW aan opgenomen elektrische energie ruim 6 kW aan koude oplevert. De oude installatie had, ter vergelijking, een COP van 2.7. Hoekx: “We halen die bijkomende efficiëntie in grote mate door onder meer het reduceren van de wrijvingsverliezen binnenin de compressoren, maar ook de huidige, veel betere elektromotoren dragen er in grote mate aan bij.”

Momenteel wordt de restwarmte van het koelsysteem door de batterij condensors volledig in de buitenlucht weggeblazen. In de driefasige planning werd echter de integratie van een warmtepomp respectievelijk warmtenet opgenomen, gevoed met deze en andere restwarmtes. Een efficiënt proces van regeneratie dat enerzijds de condensorkoeling zal ontlasten, en anderzijds warmte zal leveren voor de diverse cv installaties, voor de airconditioning, de HVRC’s en voor de reinigingsinstallaties.