Sinds1 mei is het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en de Mercosur landen in werking. Voorlopig althans, want het is nog niet goedgekeurd door het Europese Parlement. Vooral de boeren lieten de afgelopen maanden van zich horen, omdat ze oneerlijke concurrentie vrezen. Europa legt immers hogere standaarden op vlak van dier-, bodem- en gewasbescherming, waardoor onze boeren nooit aan die prijzen kunnen verkopen. Maar wat moeten we als voedingsindustrie daar nu eindelijk van vinden? Moeten we het omarmen? Of moeten we onze boeren steunen in hun protest? Het antwoord zal enorm verschillen van sector tot sector.
Rond de Mercosur deal wordt al 25 jaar onderhandeld. Het gaat dan ook om een bijzonder groot gebied en dus een bijzonder grote impact. Het moet een vrijhandelszone creëren tussen Europa en de Mercosur landen (een Zuid-Amerikaans blok dat onder andere bestaat uit Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay) die ongeveer 700 miljoen consumenten zal tellen die samen goed zijn voor een vijfde van het wereldwijde bruto binnenlands product. Met het akkoord komt een einde aan de tarieven die tot voor 1 mei van kracht waren. Die golden voor 91% van de Europese goederen die naar Zuid-Amerika geëxporteerd werden en 92% van de goederen die de andere richting uitgaan. Iedereen blij dan?
Jazeker voedingsbedrijven die actief zijn in sectoren met een hoge toegevoegde waarde. Europese producenten van sterke dranken (35%), wijn (37%), zuivel (28%) en chocolade (20%) zullen tot de lokale winnaars behoren. Zij zien immers hun prijzen een pak concurrentiëler worden door het wegvallen van de respectieve importtarieven. “Door een structurele daling van de wijnconsumptie in traditionele markten, zijn Europese wijnproducenten steeds meer afhankelijk van de export. Zonder de invoerheffingen mogen we de komen jaren een exportgroei met dubbele cijfers verwachten”, aldus Ignacio Sanchez Recarte, secretaris-genereaalt van het Europees Comité van wijnbedrijven. Het akkoord beschermt ook 344 Europese geografische aanduidingen tegen namaak op de Mercosur markten. Zoals tien Europese brancheorganisaties uit de voedings- en drankenindustrie in december verklaarden, fungeren de Mercosur-landen als “strategische leveranciers van cruciale grondstoffen die van essentieel belang zijn voor de Europese voedings- en drankenindustrie”.
Maar net daar knelt voor veel anderen het schoentje. De grootste verliezers in het Mercosur verhaal lijken de producenten van primaire grondstoffen te worden. Voor Europese veehouders ziet het plaatje er bijvoorbeeld heel anders uit. De overeenkomst voorziet in een gefaseerd quotum van 99.000 ton rundvlees tegen verlaagde tarieven en 180.000 ton belastingvrij pluimvee. Volgens de Irish Farmers Association (IFA) zal er geen gelijk speelveld zijn voor EU-boeren. “Onze markten zullen worden ondermijnd door goedkope importproducten die volgens lagere normen zijn geproduceerd.” De IFA waarschuwt dat zelfs bij 1,5% van de totale EU-productie de geconcentreerde impact op hoogwaardige stukken vlees en prijsgevoelige segmenten onevenredig groot zou kunnen zijn, aangezien Brazilië rundvlees exporteert tegen prijzen die 20–30% lager liggen dan die van de Europese productie.
Naast de export pakt de overeenkomst ook de afhankelijkheid van Europa van Zuid-Amerikaanse landbouwgrondstoffen aan. Volgens statistieken van de Commissie importeerde de EU in 2024 voor ongeveer 7,1 miljard euro aan diervoederproducten uit Mercosur, terwijl koffie, thee, cacao en specerijen daar nog eens 5,2 miljard euro aan toevoegden. Voor verwerkers versterkt het veiligstellen van deze toeleveringsketens het concurrentievermogen. Maar dit zorgt ook voor spanning: dezelfde importen die verwerkers ten goede komen, vormen een bedreiging voor primaire producenten die binnenlandse ingrediënten leveren. Daarnaast waarschuwen dierenrechtenorganisaties dat Europa zijn eigen vooruitgang op vlak van dierenwelzijn dreigt te ondergraven door nieuwe kanalen op de markt toe te laten met producten die onder de Europese standaarden blijven. Ook aan de andere kant wordt milieu-impact verwacht. Het Veblen Institute schat dat de deal de ontbossing van het amazonewoud met 25% zou kunnen doen toenemen. Greenpeace waarschuwt dat dit de komende tien jaar tot 340 miljoen ton extra CO2 zou kunnen leiden.
De Commissie bouwde door het aanzwengelend protest weliswaar extra veiligheidsmechanismen in, zoals de mogelijkheid om weer tijdelijk importtarieven te heffen, mocht de deal Europese producenten bedreigen. Wanneer prijzen van gevoelige producten 5% lager liggen dan hun Europese equivalent in combinatie met een stijging van het importvoulme met 5% gedurende drie jaar, zal er een onderzoek opgestart worden. Het was nog niet voldoende om het Europese Parlement over de streep te trekken. Die stuurde het handelsakkoord naar het Europees Hof van Justitie om af te toetsen of het wel wettelijk is dat de Mercosur landen maatregelen mogen nemen als toekomstige Europese wetgeving de export zou verminderen. Wordt vervolgd.