Tijdens de Food Oats Conference 2025, een organisatie van het Laboratorium voor Levensmiddelenchemie en -biochemie (LLCB) van KU Leuven, werden de nieuwste wetenschappelijke bevindingen over de rol van haver in gezondheid en voeding gepresenteerd. Het thema van deze editie, ‘Oats for a Diverse, Innovative, and Healthy Global Food System’, zette de snelgroeiende rol van haver als veelzijdige basisgrondstof voor een breed scala aan voedingsproducten in de kijker.
Haver heeft vandaag een grotendeels onbenut potentieel voor de productie van gezonde en duurzame voedingsproducten. Vooral in Noord-Europese landen wordt het gewas actief geteeld, samen goed voor ongeveer 7% van de wereldwijde productie (FAO/WHO, 2018). Wereldwijd gaat momenteel 66% van de haver naar diervoeder (FAO/WHO, 2018). Opmerkelijk is dat haver de enige graansoort is waarvan de wereldwijde productie in de afgelopen 50 jaar is gedaald: van circa 60 miljoen ton naar amper 22 miljoen ton. Die terugval is deels toe te schrijven aan prijsdruk, een afnemende aantrekkelijkheid voor landbouwers en beperkte opslagstabiliteit. Bovendien blijft haver een teelttechnisch uitdagend gewas, met sterk schommelende opbrengsten die gevoelig zijn voor agronomische praktijken en klimatologische omstandigheden.
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voedingsvezels bedraagt 25 tot 38 g. Een hogere inname van volkorengranen wordt geassocieerd met een 13 tot 33% lager risico op chronische ziekten, zoals hart- en vaatziekten en diabetes. Ondanks deze wetenschappelijke evidentie blijft wereldwijd een fibergap bestaan. In Europa ligt de gemiddelde vezelinname rond 20 g per dag. In de nieuwe Belgische voedingsaanbevelingen voor volwassenen, gericht op de preventie van chronische aandoeningen, wordt dagelijks 125 g volkorenproducten aanbevolen, waaronder haver. De consumptie van haver, rijk aan voedingsvezels, voornamelijk β-glucanen, kan helpen deze fibergap te dichten. Wat vezels betreft, lag tijdens het congres de focus vooral op β-glucanen, al werd terecht ook gevraagd naar de rol van arabinoxylanen. Haver bevat een kleiner aandeel arabinoxylanen dan tarwe of rogge, en bovendien verschillen de arabinoxylanen in substitutiegraad, verestering en verknoping. Dat leidt tot andere technofunctionele eigenschappen, zoals een lager waterbindend vermogen. Op het congres werd dan ook de vraag gesteld of bijkomend onderzoek naar haver-arabinoxylanen nieuwe inzichten kan opleveren.
ScanOats, een industrieel onderzoekscentrum in Zweden, diende in januari een nieuwe claim in bij EFSA, met als voorstel dat 1,9 g haver-β-glucanen per 30 g beschikbare koolhydraten de minimale effectieve dosis is om de postprandiale bloedglucosestijging te verlagen. Indien deze claim wordt goedgekeurd, biedt dit kansen voor de voedselindustrie om haalbare producten te ontwikkelen. Andere gezondheidsvoordelen die momenteel worden onderzocht, maar nog geen officiële claims hebben, zijn onder andere de aanwezigheid van avenanthramiden, die mogelijk cardiovasculaire voordelen, spierherstel en anti-inflammatoire effecten bieden. Daarnaast kunnen bioactieve peptiden uit haverproteïnen mogelijk cholesterolverlagende effecten hebben. Ook het glutenvrije karakter van haver is interessant voor mensen met coeliakie, mits haver strikt wordt gescheiden van tarwe, rogge en gerst.
Haver past uitstekend binnen het concept van een planetary health diet, een voedingspatroon dat zowel de gezondheid van de mens als van de planeet bevordert. Deze graansoort combineert duurzaamheid met nutritionele meerwaarde en biedt tal van gezondheidsbevorderende eigenschappen. Hoewel haver vandaag al erkend wordt als een waardevolle gezondheidsondersteuner, is aanvullend onderzoek nodig om het volledige potentieel te benutten. Langetermijninterventiestudies, uitgevoerd in realistische voedingscontexten, zijn essentieel om de effecten van haver op metabolische gezondheid en ziektepreventie verder te onderbouwen. Ook de rol van haver als optimale plantaardige eiwitbron, de impact op de spijsvertering, het microbioom, en de geschiktheid binnen glutenvrije diëten verdienen verdere wetenschappelijke aandacht. Het stimuleren van een hogere haverconsumptie in de brede bevolking zou dus niet alleen bijdragen aan een gezondere levensstijl, maar ook aan een duurzamer voedselsysteem. De conferentie werd enthousiast afgesloten met de vermelding dat het streefdoel is gesteld op 30 kg haverconsumptie per persoon per jaar.
Naar een bijdrage van Flanders’ Food.
Processing for health: van grondstof tot voedingsproduct
Het concept processing for health verwijst naar het bewust toepassen van specifieke verwerkingsstappen om de biobeschikbaarheid van nutriënten te verhogen en de nutritionele waarde voor de consument te optimaliseren. Bij plantaardige producten zoals haver kan fermentatie een waardevolle strategie zijn om deze eigenschappen te verbeteren. Plantaardige voeding brengt namelijk enkele uitdagingen met zich mee zoals de lage oplosbaarheid en beperkte verteerbaarheid van plantaardige eiwitten, ongewenste aroma’s, structuur en textuur, lage biobeschikbaarheid van mineralen, beperkte gehaltes aan vitamine B12 en de aanwezigheid van antinutritionele factoren. Tot op heden is kilning van haver noodzakelijk voor stabiliteit, maar deze stap beïnvloedt veel eigenschappen van de haverbestanddelen. De vraag rijst daarom of het mogelijk is om in bepaalde toepassingen zonder kilning te werken en te vertrouwen op alternatieve processtappen. Ondanks het potentieel zijn gefermenteerde haverproducten vandaag de dag in België nog zeer schaars.