Tagarchief: Voorzitter Boerenbond

Meer ‘lokavoor’ zijn

lodehhires-cdvhasselt35336webdetail
Lees het gehele artikel

Begin mei overhandigde mijn voorganger Sonja De Becker mij symbolisch de ‘Boerenbondploeg’ als nieuwe voorzitter van Boerenbond. Een voorrecht, maar ook een hele grote uitdaging. De voorbije maanden heb ik mij hierop proberen voor te bereiden met ook nogal wat bezoeken aan structuren, leden en bedrijven. 

Wat me zeker is bijgebleven, is de rijke traditie van vakmanschap die onze land- en tuinbouwsector herbergt. Wat me minstens evenzeer is bijgebleven, is hoe fit onze sector is en hoe hij alle troeven heeft om de wereldwijde pionier te zijn die hij is. Iedereen heeft de mond vol van de landbouw van de toekomst en praat over verduurzamen. Wel, op onze bedrijven doet men dit al. Economisch én ecologisch is onze Vlaamse land- en tuinbouw een van de meest efficiënte ter wereld. Een sterke en welvarende landbouw, niet voor niets de primaire sector genoemd, is het fundament voor de hoge levensstandaard die we in ons land kennen en voor de ontwikkelingsruimte voor andere economische sectoren.

Het belang van een eigen voedselproductie, nu en in de toekomst, wordt ook nu nog maar eens duidelijk. Net zoals energie een nationale asset is, is het voor Vlaanderen evenzeer van strategisch belang om een sterke, lokale voedselproductie te hebben. Voedsel is per slot van rekening de ‘energie’ voor de mens. Het niveau halen van onze land- en tuinbouwers, dat betekent slim en hard werken. En als we het topniveau van onze landbouw ook zo willen houden, dan gaan we voortdurend moeten inspelen op nieuwe uitdagingen (koolstof opslaan, het produceren van lokale energie en eiwitten, biodiversiteit …) en blijven zoeken naar oplossingen.

Onze land- en tuinbouwers hebben de ervaring en skills om dit te doen – maar om te bouwen aan oplossingen, om constant te verbeteren, hebben zij net als andere ondernemers ontwikkelingsruimte nodig. Daarom zien wij het als Boerenbond als onze taak om te zorgen dat de land- en tuinbouw een welvarende sector blijft die de toekomsttest met glans doorstaat. Dat kunnen we niet alleen. Veel verschillende partijen – boeren, landbouworganisaties, ketenpartners, consumenten en beleid – maken hierin het verschil. Door een stimulerend beleid te voeren, door risico’s te delen, door een correcte prijs aan de boeren, door een dialoog met open vizier …

In tegenstelling tot de ons omringende landen durven we niet altijd zo fier te zijn op onze lokale producten. We mogen onze boeren best meer koesteren en meer ‘lokavoor’ zijn door producten van hier te waarderen en te consumeren. Dat is goed voor de boer, goed voor het klimaat én goed voor de consument. Als je weet dat de gemiddelde leeftijd van onze boeren vandaag 56 jaar is, is duidelijk dat er ons een formidabele vergrijzingsgolf wacht. Ik wil dan ook een duidelijke oproep doen naar al onze beleidsmakers onze jonge boeren de goesting om te boeren niet te ontnemen, maar om hen een rechtszeker toekomstperspectief te geven.

Als dit perspectief ontbreekt, is de Vlaamse land- en tuinbouwer met uitsterven bedreigd. In dat geval hangen er ons twee – weinig aantrekkelijke – opties boven het hoofd, namelijk voedselafhankelijkheid (meer import) of een landbouw in handen van slechts een aantal zéér grote bedrijven (verdwijnen van het familiale weefsel dat onze Vlaamse landbouw nu zo typeert). Ik meen vanuit de grond van mijn hart dat we onze eigen voedselvoorziening, en dus ook onze producenten, naar waarde moeten schatten. We moeten hierbij vertrouwen schenken aan de stielkennis van onze boeren en de rijke agrodiversiteit die onze landbouw rijk is.

Van groot én klein, gangbaar en bio, van biodiversiteit én agrodiversiteit, van markt en samenleving … Alleen zo kan de boer als vrije en familiale ondernemer de weg zoeken die het best past bij zijn of haar ondernemerschap, mogelijkheden en aanvoelen. Het zijn precies die individuele keuzes waarmee de landbouw finaal biedt wat de markt en de maatschappij verwacht.