“Lean is the way to go.” Het waren, op een dankwoord voor een talrijk opgekomen publiek na, de openingswoorden van Gino Quenis op de plenaire sessie van de Lean Lead Excellence Congress. De bezieler van het Lean Lead Network haalde de kracht voor zijn woorden net uit die mooie opkomst. Zelfs in economisch uitdagende tijden, vonden ongeveer 275 deelnemers het de moeite waard zich een hele dag onder te dompelen in lean en hoe dat ook hun productie naar een hoger niveau kan tillen. Foodtec was er bij en heeft de inspirerende sessie van FrieslandCampina in Lummen meegebracht om ook via deze pagina’s de voordelen van lean uit te dragen. Want om het met de woorden van Quenis te zeggen: “Best practices maken ons allemaal sterker.”
Toen Ricardo van Wijk plantmanager werd bij FrieslandCampina in Lummen deed hij dat met een missie: de beste zuiveltoeleverancier worden door continu te verbeteren. Dat was drie jaar geleden nochtans geen evidente droom: er gebeurden te veel ongevallen, er waren kwaliteitsissues, de OEE lag maar op 60%, de communicatie zat niet goed, de openstaande vacatures stapelden zich op … “Er waren wel al verbeterprogramma’s geweest, maar die bleven steken in pilots. We moesten continu verbeteren in ons DNA krijgen”, vertelt hij daarover. Het fundament daarvoor was de introductie van het ‘our way of working programma’, een methode, een manier van werken om duurzame prestatieverbeteringen in de hele organisatie te stimuleren. Samenwerking was echt de sleutel in dit verhaal. Van Wijk stond dan ook niet alleen op het podium, maar had met Wim Delronge, CIManager, Gwen Duijsters CI specialist, Michelle Vanpoucke controlling Operations Analyst ook een deel van het team mee dat met veel goede moed en energie het transitietraject had aangevat. Ze kwamen de belangrijkste geleerde lessen delen.
Zij identificeerden twee kantelpunten op hun reis: leiderschap en de introductie van een nieuw model. Met het Run & improve programma kwam er een structuur, zodat het voor iedereen duidelijk werd wanneer ze welke continuous improvement tools konden inzetten. Wat valt er onder dagdagelijkse operaties om de lekkerste zuivelproducten te maken (run)? En welke verbetering zijn nodig om morgen beter te worden (improve). De initiële weerstand brokkelde af door veel te communiceren en door de duidelijkheid die het bracht op de werkvloer. Die verbeteringen kwamen niet vanuit het management, maar vanuit de shopfloor, het hart van de fabriek. Voor elke afdeling werden er teamleaders aangesteld op vier niveaus: zij zetten de acties uit of spelen ze door aan het hogere niveau. Er is dagelijks en wekelijks overleg: geen vergadercultuur maar korte en krachtige uitwisselingen van ervaringen. Het uitgangspunt? Elkaar helpen om ervoor te zorgen dat de shopfloor steeds beter draait.
De resultaten van drie jaar our way of working mogen er zijn: een OEE stijging van 6%, een reductie van de faalkosten van 2 miljoen euro, een kostendaling en een stijging van de medewerkerstevredenheid van 69% naar 75%. Wat de belangrijkste geleerde lessen waren? “Maak tijd vrij, zodat je medewerkers kunnen leiden of deelnemen. Dat kost maar enkele uurtjes per week, maar het maakt dat je slimmer kan werken. Focus daarna op vaardigheden. Wat is er nodig in het team en hoe kunnen we verder verbeteren? De derde sleutel tot succes bleek eigenaarschap. Laat de vloer zelf de verbetertrajecten opstarten en leiden. Het komende kwartaal zal er bijvoorbeeld voor elke lijn een verantwoordelijke aangeduid om de OEE nog verder op te drijven. Zo blijven we elke dag samenwerken aan de (d)room van Lummen”, besluit het team.