De acquisitie van Uticon door Haskoning heeft beiden versterkt om energievraagstukken bij klanten in de voedingsindustrie nog meer omvattend aan te pakken. Haskoning ondersteunt van oudsher internationale voedingsbedrijven om hun klimaatambities en energienoden te vertalen in een langetermijnvisie en faciliteert klanten om de financiering van deze projecten te verzekeren. Daar is het team van Bart Vander Velpen in gespecialiseerd. De nieuwe adviesgroep Plant Engineering waarin Bert Vanhoutte fungeert als Leading Professional beschikt dan weer over de technisch knowhow om die lange termijnvisie te vertalen in een engineeringsproject. Met een pragmatische insteek worden projecten in de uitvoeringsfase van dichtbij opgevolgd om de impact van de energietransitie op de productieprocessen te minimaliseren. Een win-win voor voedingsbedrijven.
De oorlog tussen de Verenigde Staten en Iran heeft de prijzen aan de pomp stevig de lucht in gejaagd. Vooral in Europa wordt de energiekost zo nog meer een concurrentiehandicap. Inzetten op energiezuinigheid en energieonafhankelijkheid staan daarom hoog op het verlanglijstje van bedrijven. Ook al omdat de Europese wetgever zelf in die richting kijkt. De horizon voor CO2-neutraliteit ligt op 2050. Heel wat voedingsbedrijven hebben de deadline voor zichzelf zelfs nog wat scherper gesteld. Maar hoe geraak je daar zonder je eigen concurrentiepositie aan te tasten? “Dat soort vragen tackelen we met klanten”, opent Vander Velpen. “Op strategisch niveau: opzetten van een roadmap, uitdenken van financieringsmogelijkheden … Maar we maken samen met klanten ook de vertaalslag naar welke technologische oplossingen er in the field nodig zijn om die ambities waar te maken.”

Vanhoutte ziet in dat brede aanbod aan specialisten een van de sterktes van Haskoning. “Als Uticon stonden we al sterk in onze schoenen om de juiste engineering voor energieprojecten uit te werken. De voedingsindustrie herbergt veel potentieel: vaak is er warmte en koude tegelijkertijd nodig wat de inzet van warmtepompen erg interessant maakt en het temperatuurniveau van de warmtevraag ligt in deze industrie vaak op een technologisch haalbaar niveau. Die eigenschappen maken dat het potentieel voor elektrificatie in de voedingsindustrie op korte termijn kan opgeschaald worden. Je moet niet alleen kijken, welke technieken het laagste verbruik opleveren, maar ook naar hoe je alles kunt integreren om de energiebalans te doen kloppen. De warmte die je uit je eigen processen kan recupereren is de goedkoopste vorm van energie die je vindt.”
Een ander voorbeeld onderstreept het belang van diepgaande proceskennis. “Bij de keuze van droogtechnologie houden we rekening met het potentieel aan warmte-integratie. Bij een klant vergeleken we trommeldroger, banddroger en stoombundeldroger om een reststroom te drogen. Door een evaluatie te doen van het volledig plaatje (primair energieverbruik na warmte-integratie van de gehele plant, investering en terugverdientijd) kom je tot een meer coherente oplossing”, voegt Vanhoutte toe. In sommige subsectoren zoals voedingsingrediënten zijn processen vaak volcontinu wat de warmte-integratie en recuperatie vergemakkelijkt maar in andere sectoren zijn productieprocessen batchgewijs. Daar is er nood aan buffering. “Aan de hand van rekenmodellen geven we advies over de juiste dimensionering van de energiebuffers (water, batterijen) en terugverdientijd van de energiebesparingen.”

Hoe het team plant engineering het verschil maakt? Vanhoutte: “We staan met onze voeten stevig in de voedingsindustrie: we weten welke eisen daar spelen, hoe je het moet aanpakken om de bestaande fabriek te laten draaien, terwijl je in een transitiefase zit. Door deel te gaan uitmaken van Haskoning zijn er bovendien heel wat expertises bijgekomen om ook vroeger in het proces klanten te ondersteunen”, wijst hij naar de rol van Vander Velpen en zijn team. “Je voelt dat voedingsbedrijven die synergie verwelkomen. Het is niet altijd evident om te verschuiven van aardgas naar elektriciteit. Dan wil je een partner die én het grote plaatje ziet én de laatste technische details voor je controleert. Die multidisciplinaire aanpak zal in de toekomst alleen maar belangrijker worden.”
Want voor Haskoning is de verplichte decarbonisatie evengoed een verhaal van kansen. “Wie er in slaagt om zijn energiesystemen flexibeler te maken, kan er een verdienmodel aan koppelen”, is Vander Velpen overtuigd. “De Europese voedingsindustrie heeft van energiezuinigheid al een deugd gemaakt. Dat heeft alles te maken met de kost van CO2 en de hoge energieprijzen. De volgende stap in die evolutie is nu meer flexibiliteit inbouwen. Als je meer kan produceren of je energiemix kan verschuiven als de zon schijnt of er veel wind staat, dan kan je daarvoor een beloning krijgen van netbeheerders. Dat zijn zaken die de business case voor investeringen helpen sluiten. Maar we helpen bedrijven ook op andere manieren om daarvoor financiering op te zetten. Je hebt asset light constructies, utilities of energy as a service, power purchase agreements … kortom, de technologie is er en de middelen zijn er. Er is geen excuus om niet naar je energievraagstukken te kijken. Haskoning onderscheidt zich hierin met de combinatie van strategisch advies, ondersteuning bij implementatie, multidisciplinaire expertise en een diepgaande kennis van de voedingsindustrie”, besluit Vander Velpen.

Neem dan rechtstreeks contact op met Haskoning (Consulting & Engineering Services).
Contact opnemen