NLFR

Platform voor de voedingsverwerkende- & drankenindustrie
Dubbelgesprek Rik Van de Walle (UGent) en Piet Desmet (KU Leuven)

Dubbelgesprek Rik Van de Walle (UGent) en Piet Desmet (KU Leuven)

“We zijn fan van samenwerking met bedrijven en willen de lat nog hoger leggen” 

Tienduizenden studenten trekken binnenkort met frisse moed opnieuw naar de aula’s en laboratoria. Ook Rik Van de Walle, rector van de UGent, en Piet Desmet, vicerector KU Leuven en verantwoordelijke voor de campussen in Kortrijk en Brugge, vatten na een korte zomervakantie vol energie het nieuwe academiejaar aan. We ontmoeten hen voor een dubbelgesprek in het gerestaureerde Wintercircus in Gent, dat vanaf 2024 met de steun van beide uniefs moet uitgroeien tot een nieuwe tech hub: “De tijd van de grote strijd tussen de universiteiten ligt achter ons. We werken hoe langer hoe meer samen in onderzoek en rond levenslang leren.”

Heren, in welke mate heeft de coronaperiode een blijvende impact gehad op het onderwijs aan de universiteit?

Rik Van de Walle: Voor de pandemie hadden we al veel plannen gemaakt over de digitalisering van onderwijs, de introductie van blended learning en e-learning. De langdurige lockdowns hebben ons verplicht om plots zeer snel te schakelen. Dat ging niet zonder slag of stoot. We moesten zowel bij lesgevers als studenten een draagvlak vinden voor online onderwijs. Wat we daar vooral uit geleerd hebben, is dat de extremen niet werken: alles on campus of alles online zijn geen optie meer vandaag. We vragen de faculteiten nu om vak per vak en zelfs binnen de vakinhoud fijnmazig te bekijken wat de beste onderwijsvorm is. Zo komen we tot een slimme mix in functie van het leerproces, kenniscreatie en kennisdeling. Dat gebeurt trouwens in nauw overleg met de studenten.

Piet Desmet: Als vicerector ben ik ook bevoegd voor educatieve technologie. We hadden daar in 2017 al een duidelijk beleidsplan voor uitgewerkt. De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat we bij het uitbreken van de pandemie klaar waren voor het luik “leren”, maar niet voor alles wat met examineren te maken had. Terwijl we door de coronapandemie plotsklaps beide nodig hadden. Op een bepaald moment was er bovendien geen andere keuze dan volledig online les te geven, maar intussen weten we dat dit in veel gevallen contraproductief is: niemand wil standaard terug naar zo’n veredelde schooltelevisie. Ook wij blijven gaan voor blended leervormen, waarin contactonderwijs een belangrijke rol heeft. We doceren, maar vormen een community waarin sociaal contact noodzakelijk is voor de ontwikkeling van onze studenten. 

Piet Desmet: “We doceren, maar vormen ook een community waarin sociaal contact noodzakelijk is voor de ontwikkeling van onze studenten.”

In onze maatschappij gaat er nu meer dan vroeger aandacht naar mentale gezondheid en welbevinden. Hoe proberen de universiteiten daar een rol in te spelen? 

Piet Desmet: De studenten die in het secundair door corona gingen en starten aan de unief, hebben een risico op leerachterstand. We waren daar toch wat bevreesd over. Maar op dit moment zien we geen significante impact op de resultaten. Maar dat betekent niet dat er geen outliers zijn. De vraag naar psychosociale ondersteuning zit trouwens in stijgende lijn. Vandaar dat we er beleidsmatig voor gekozen hebben om met ons KU Leuven Support Lab een holistisch begeleidingsmodel uit te werken waar leren en leven een twee-eenheid vormen. Voor onze medewerkers is er dan weer het initiatief KU Leuven Healthy dat ondersteuning biedt rond fysieke, mentale en sociale gezondheid. 

Rik Van de Walle: Aan de UGent is de situatie zeer gelijkaardig. Als ik daarnaast kijk naar onze personeelsleden, dan bieden we sinds de coronatijd zeer veel mogelijkheden tot thuiswerk. Daar zijn geen centrale richtlijnen voor, men is vrij om in overleg met het team thuiswerk in te plannen. Toch stellen we vast dat er in bepaalde entiteiten minder naar de werkvloer wordt teruggekeerd dan we hadden verwacht. In die mate zelfs, dat mensen die op de campus komen werken nu soms een gevoel van eenzaamheid ervaren. We horen sinds enkele maanden vaker bekommernissen rond een tekort aan ­sociaal contact en interactie op de werkvloer. Je kunt er lacherig over doen, maar de informele momenten in de koffiehoek hebben echt hun belang. Misschien zullen we toch iets meer moeten reguleren, in het belang van de teams en het welzijn van onze medewerkers.

Rik Van de Walle: “We horen bekommernissen rond een tekort aan sociaal contact en interactie op de werkvloer. Misschien zullen we toch iets meer moeten reguleren.”

De universiteit is voor vele 18-jarigen de eerste ambitie. Welke richtingen zijn vooral in trek? En komt die keuze tegemoet aan de noden op de arbeidsmarkt?

Rik Van de Walle: Ik heb het moeten laten opzoeken, want ik volg de inschrijvingen per opleiding eigenlijk niet op. Bij de bacheloropleidingen trekken handelswetenschappen, psychologie en rechten het meeste studenten aan. Bij de masters is de top 3: handelswetenschappen, geneeskunde en diergeneeskunde. Algemeen stellen we vast dat de voorbij twee decennia het aantal studenten aan de Vlaamse universiteiten sterk is toegenomen. En dat is een goede zaak. Maar de studievoortgang en de snelheid waarmee men afstudeert is gedaald. Dat legt toch iets bloot. Ik denk dat we de laatstejaars middelbaar onderwijs heel erg proberen te overtuigen van onze meerwaarde, maar we gaan daar te ver in. We moeten af van het idee dat de unief het enige na te streven niveau is. De professionele bacheloropleidingen, graduaten en het hoger beroepsonderwijs verdienen meer positieve aandacht.

Piet Desmet: De tendenzen inzake studiekeuze zijn niet zo verschillend bij KU Leuven. De grootste doorbraak is de zeer sterke groei in internationale studenten, intussen komt één op de vijf studenten uit het buitenland. Ik vind wel dat we niet al te arbeidsmarkt­gericht mogen denken, onze hoofdopdracht is en blijft kritische intellectuelen te vormen. Trouwens, van de 25- tot 29-jarigen gaat nog geen 50% naar het hoger onderwijs en is slechts 1 op de 5 naar de universiteit geweest. Dus ja, ons onderwijssysteem is democratischer geworden met een al bij al laag inschrijvingsgeld, maar we kunnen beslist nog meer differentiëren om talentrijke studenten die het echt nodig hebben een kans te geven in het hoger onderwijs. 

Piet Desmet: “Bij KU Leuven is het budget onder controle. Maar ook wij besparen tussen 2024 en 2027, wat pijn doet.”

Woedt er eigenlijk nog een grote concurrentie tussen UGent en KU Leuven in de regio’s Oost- en West-Vlaanderen? 

Piet Desmet: De tijd van de grote concurrentie tussen de universiteiten ligt een stuk achter ons. Kijk alleen al naar de locatie van dit interview: het Wintercircus in Gent, een project waarin zowel UGent als KU Leuven partner zijn. Maar uiteraard stellen we ons als KU Leuven meer bescheiden op in deze stad. De manier waarop we beiden aanwezig zijn in Kortrijk en Gent, is trouwens maximaal complementair, met een stuk eigen campusconcept ook. We werken ook steeds vaker samen in onderzoek. Of in het aanbod van MaNaMa-richtingen, wat zich ook tot bedrijven richt die levenslang leren propageren. 

Rik Van de Walle: Onze grote uitdagingen zijn ook gelijklopend vandaag. We zijn ondergefinancierd en moeten steeds meer middelen zoeken naast de bijdrage van de Vlaamse overheid om onze kernopdrachten waar te maken. Ik geef een concreet voorbeeld: voor iedere euro overheidsbijdrage die de UGent investeert in infrastructuur en onderhoud van gebouwen, moeten we vijf euro eigen bijdrage inbrengen om ons patrimonium in goede staat te houden. Dat is niet houdbaar.

Anderzijds ging in 2022 14,7 miljard euro of ruim 26% van het Vlaamse budget naar onderwijs, een reële stijging van bijna 10% in vergelijking met 2017. Dat is onvoldoende?

Piet Desmet: Dat is uiteraard het totale onderwijsbudget. De noden zijn vooral in het basisonderwijs bijzonder groot. In vergelijking met het buitenland is er een lichte overfinanciering van het secundair. Maar voor het hoger onderwijs is er dus een gevoelige daling: we investeren almaar minder in een demografisch snel groeiend segment van 18-plussers. Als we pretenderen een kennisregio te zijn, dan moeten we blijvend méér investeren in kennis, in brains, in onderzoek en onderwijs dus. We rekenen op de volgende Vlaamse regering om dat te doen en de eerder aangegane engagementen te honoreren.

Rik Van de Walle: Wij vragen dus geen nieuwe financieringsstroom voor het hoger onderwijs. We vragen enkel dat het financieringsdecreet met alle voorziene mechanismes onverkort wordt uitgevoerd. In de huidige en in de vorige legislatuur is dat maar in beperkte mate gebeurd. Het resultaat is dat we daardoor binnen de UGent alleen al jaarlijks 80 miljoen euro aan inkomsten missen. In ons meerjarenplan tot 2027 werden we daardoor geconfronteerd met een structureel tekort van 30 miljoen euro. We gaan dat oplossen door 10 miljoen aan nieuwe inkomsten te zoeken en een besparing van 20 miljoen door te voeren, met helaas ook het schrappen van een aantal arbeidsplaatsen. 

Piet Desmet: Bij KU Leuven is de zaak onder controle. In het budgettair afsprakenkader voor 2024-2027 spreiden we de inspanningen over diensten en faculteiten zodat onze financiën mits besparingen – die op zich pijn doen – op orde staan. Ook wij moeten dus goed naar het bord kijken. Maar daartegenover staat dat we met KU Leuven vorig jaar 3500 nieuwe overeenkomsten sloten met bedrijven en non-profitorganisaties in contractonderzoek. Dat geldt trouwens progressief voor alle universiteiten, wat niet wil zeggen dat we die onderzoeksmiddelen kunnen overhevelen naar onderwijs. 

Rik Van de Walle: “Ik denk dat we de laatstejaars middelbaar onderwijs heel erg proberen te overtuigen van onze meerwaarde, maar we gaan daar te ver in.”

Op welke manier kan de academische wereld nog meer bijdragen aan de ontwikkeling en verankering van onze industrie?

Piet Desmet: We zijn een absolute fan van tech transfer, van samenwerking met bedrijven en alle mogelijke maatschappelijke organisaties. Onze universiteiten dragen ongelooflijk bij tot de innovatie en de slagkracht van onze regio. Denk aan de initiatieven rond blauwe economie die de UGent opzet in Oostende, of wat KU Leuven in Kortrijk doet rond nieuwe materialen en kunststoffen. En de hub van Flanders Make in Kortrijk is een site waarin beide universiteiten hun expertise uitspelen. Wij brengen trouwens heel vaak conculega’s uit het bedrijfsleven samen en laten ze met elkaar samenwerken, zodat ze er internationaal wel bij varen. 

Rik Van de Walle: Op dat vlak mag onze maakindustrie best nog wat ambitieuzer worden. Kijk naar imec, top notch in de wereld omdat we nummer 1 in de wereld willen zijn in ­ICT-, chip- en sensortechnologie. Idem voor VIB en de biotechnologie. Laten we de lat voor de industrie hoger leggen en de beste onderzoekers sterker laten samenwerken met de beste talenten uit het bedrijfsleven. Als we ons internationaal kunnen positioneren, vaart uiteindelijk iedereen daar wel bij.

    Stuur ons een bericht

    Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

    Details