Een voedingsbedrijf dat zijn energievoorziening wil verduurzamen, maakt al tijdens het procesontwerp belangrijke keuzes. Hoe wordt het product gemaakt? Welke temperaturen zijn nodig? En waar kunnen processtappen warmte uitwisselen? Volgens Bert Vanhoutte van Haskoning bepaalt die analyse mee welke energietechnologieën later zinvol zijn. Subsidies kunnen de investering ondersteunen, maar de intrinsieke mogelijkheden ontstaan in de keuzes van het productieproces.
Bert Vanhoutte is procesingenieur, senior consultant en leading professional binnen de adviesgroep Plant Engineering. Vanuit Destelbergen werkt hij met een team van ingenieurs aan projecten voor de voedingsindustrie. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring bij zowel ingenieursbureaus als voedingsbedrijven. Via Uticon, dat door Haskoning werd overgenomen, bouwde hij mee aan een aanpak waarin proceskennis en energieontwerp nauw met elkaar verbonden zijn.
In gesprekken met Belgische voedingsproducenten ziet Vanhoutte verschillende uitdagingen samenkomen. Energieprijzen kunnen sterk schommelen, bedrijven willen hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen en extra elektrisch aansluitvermogen is niet overal vanzelfsprekend beschikbaar. De impact verschilt per bedrijf. Vooral waar veel energie nodig is om het eindproduct te realiseren, zoals in de food ingrediënt sector of frietindustrie, weegt de energievoorziening zwaar op investeringsbeslissingen.
De vraag is volgens hem in welke mate een onderneming energie als een kernthema van haar bedrijfsvoering beschouwt. Dat bepaalt hoeveel aandacht en middelen naar efficiëntie, warmte-integratie en flexibiliteit gaan. Een toekomstgericht energieconcept moet immers passen bij het productieproces en de mogelijkheden van de site.
De bottom-up aanpak van Haskoning Plant Engineering begint bij de manier waarop een product wordt gemaakt. Eerst onderzoekt het team de afzonderlijke processtappen vanuit energieoogpunt. Vervolgens kijkt het naar uitwisseling van warmte en koude tussen die stappen. Pas daarna wordt de totale resterende vraag naar warmte, koude, perslucht en elektriciteit bepaald en volgt de keuze van de energievoorzieningen.
“Wij proberen meer vanuit het product naar de energievraag toe in stapjes omhoog te werken”, legt Vanhoutte uit. Dat vroege perspectief maakt een verschil. Wanneer het productieproces al volledig vastligt, zijn bepaalde mogelijkheden voor energieoptimalisatie moeilijker te benutten. De keuze voor een procestechnologie bepaalt immers ook welke temperatuur nodig is en welke energiedragers daarvoor in aanmerking komen.
Vanhoutte noemt drogen als voorbeeld. De keuze voor een proces op een lagere temperatuur kan mogelijkheden bieden voor elektrificatie met een warmtepomp. Een ander droogconcept leidt tot een andere energievraag en andere technische opties. Welke route geschikt is, hangt af van het product en het volledige proces. Juist daarom moet de energieafweging al tijdens het ontwerp worden meegenomen.

Om keuzes te onderbouwen, brengt het team productieprocessen samen in een Excel-gebaseerd model. Deze tool voorspelt het energieverbruik van de verschillende processtappen en maakt het zichtbaar welk geïnstalleerd vermogen en jaarlijks gas- en elektriciteitsverbruik bij een proceslijn horen. Zo ontstaat een basis om alternatieven te vergelijken en de benodigde utilities te bepalen.
Het model helpt ook om de meerwaarde van bijkomende investeringen uit te leggen. Wat verandert er bijvoorbeeld wanneer een extra warmwatercircuit energie tussen processtappen uitwisselt? Welke jaarlijkse besparing staat tegenover die investering? Een terugverdientijd volgt dan uit een concreet scenario. Zo wordt duidelijk hoeveel jaar nodig is om de extra investering met de verwachte besparing terug te verdienen.
Bij de technische invulling waarschuwt Vanhoutte voor een te eenvoudige beoordeling van warmtepompen. Een warmtevraag alleen volstaat niet om een goed werkend concept te ontwerpen. Ook de bron waaruit de warmtepomp energie haalt, moet beschikbaar zijn op de momenten waarop de installatie die nodig heeft. De samenhang tussen bron, temperatuur en afname vraagt dus aandacht.
Daarnaast moet de installatie passen bij het verloop van de vraag. Veelvuldig in- en uitschakelen is volgens Vanhoutte ongunstig. Buffers voor geproduceerde warmte of koude moeten daarom passend worden gedimensioneerd. Zonder die afstemming kan het resultaat van een investering achterblijven bij de verwachtingen, ook wanneer de technologie op zichzelf geschikt lijkt.
Wanneer de technische scenario’s helder zijn, kan worden onderzocht welke financiële ondersteuning daarbij past. Vanhoutte noemt projecten waarbij klanten voor energievoorstellen ook subsidiemogelijkheden via VLAIO onderzochten. De technische uitwerking en de beoordeling van steunmogelijkheden vullen elkaar daarbij aan.
Haskoning levert de proceskennis, energiescenario’s en onderbouwing van de investering. Voor het identificeren en uitwerken van specifieke subsidiemogelijkheden kunnen gespecialiseerde adviesbureaus ondersteunen, geeft Vanhoutte aan. Subsidies worden zo meegenomen in de uiteindelijke businesscase, op basis van de concrete investering en de toepasselijke voorwaarden.
Naast het verminderen van de energievraag neemt het belang van flexibiliteit in de afname van elektriciteit toe. Een bedrijf kan bijvoorbeeld een elektrische ketel combineren met een gasgestookte ketel, of een hybride oplossing onderzoeken. Daarmee ontstaan de mogelijkheden om voor de warmteproductie tussen gas en elektriciteit te schakelen, rekening houdend met beschikbaarheid en prijzen.
Volgens Vanhoutte kan de industrie op die manier ook bijdragen aan het opvangen van overschotten en schaarste op het elektriciteitsnet. Die mogelijkheid vraagt een energieconcept dat technisch op de productie aansluit. Ze past bij dezelfde gedachte die zijn aanpak kenmerkt: eerst begrijpen wat het proces nodig heeft, vervolgens de onderlinge samenhang onderzoeken en op die basis investeren. Voor voedingsbedrijven begint de energietransitie daarmee al bij de eerste keuzes voor hun productieproces.
Wil je weten welke energiebesparingen jouw productieproces mogelijk maakt? Ontdek hoe Uticon, nu onderdeel van Haskoning, je helpt om proceskennis te vertalen naar een passende energievoorziening
Neem dan rechtstreeks contact op met Haskoning (Consulting & Engineering Services).
Contact opnemen