Een Vlaams ingenieursbedrijf dat industriële ovens en drogers bouwt, runt ook een eigen koffiemerk. Niet om hip te doen, maar om zijn technologie verkocht te krijgen. CEE richtte Ray & Jules op om te bewijzen dat continu roosteren werkt, en veel minder energie gebruikt.
“We zijn maniakaal thermodynamische nerds”, zegt ceo Koen Bosmans over zijn collega’s bij CEE. “Energie-efficiëntie is voor ons altijd het vertrekpunt.” Sinds de oprichting in 2007 bouwde het cleantechbedrijf uit Hamme-Mille een nichepositie op met drogers, ovens en energie-efficiënte utilities. “Cacao, koffie en mout lijken niet veel gemeen te hebben met bakstenen en gips. Maar voor ons zijn dat allemaal producten waarin je tijdens de productie veel warmte moet injecteren.” CEE constateerde dat de voedingssector verantwoordelijk is voor meer dan 10% van de wereldwijde industriële CO2-emissie. “Veel processen draaien daar nog in batch. Aan, uit, opwarmen, afkoelen, weer opwarmen. Dat is thermisch gezien heel inefficiënt”, weet Bosmans. CEE tekende vanaf 2014 een alternatief uit: een continu proces dat roosteren en drogen niet in pieken maar in een stabiele stroom laat verlopen. “We hebben een wit blad genomen en gezegd: hoe zou dit eruitzien als je het puur op energie-efficiëntie ontwerpt?”

Het verschil tussen de CEE oplossing en klassieke batchbranders zit in de fysica. “In een traditionele trommelbrander voor koffiebonen creëer je in 6 minuten een atmosfeer van meer dan 500 °C”, vertelt Bosmans. “Dat kost veel gas en je hebt naverbranders nodig om de geurpieken weg te werken.” In het continue systeem van CEE wordt warmte volledig convectief overgedragen. “We hoeven maar tot 230 °C te gaan.
En omdat het continu is, kunnen we warmte uit het uitgaande product recupereren om het ingaande product voor te verwarmen.” Het effect is groot: voor koffie en cacao ligt het energieverbruik twee tot drie keer lager, bij mout zelfs vijf tot zes keer lager. Een no-brainer dus voor producenten zou je zeggen, maar commercieel sloeg de technologie niet aan. “Klanten vonden het te innovatief. Het gaat namelijk over hun kernproces waar hun hele fabriek op is afgestemd. En ze kopen een nieuwe installatie vooral om meer capaciteit of een hogere kwaliteit te halen. Dat onze oplossing energie-efficiënter is, is bijvangst. Dat is oké, zo lang ze met ons in zee gaan, is onze missie geslaagd.”
In 2017 stond het bedrijf voor een keuze: stoppen of een eigen fabriek opzetten. Het werd het laatste: een koffiebranderij op basis van de eigen continutechnologie. “CEE is onze tech-brand, Ray & Jules onze love-brand”, zegt Bosmans. “Voor ons is het een perfecte manier om te laten zien dat de technologie werkt, dat de koffie goed is en vooral ook dat het proces winstgevend draait.” Inmiddels werkt CEE met grote internationale spelers aan de uitrol van de technologie. En Ray & Jules is uitgegroeid tot meer dan een proefopstelling. “Per dag worden er ongeveer 27.000 kopjes Ray & Jules gedronken”, vertelt Bosmans. “We zijn als Tesla in de koffiewereld binnengekomen: techneuten die een sector opschudden.” Die zichtbaarheid blijft belangrijk. “Nu de technologie door grote spelers wordt gebruikt, moet Ray & Jules zichzelf opnieuw uitvinden, maar de rol als lawaaimaker blijft. Als anderen zich door ons schamen over hun fossiele branders en dan CEE bellen, dan heeft Ray & Jules zijn werk gedaan.”
